Een paar tips:

1. Oogtempo verhogen
Uw ogen maken tijdens het lezen sprongetjes van één of twee woorden, dit hebben we geleerd toen we leerden lezen. Van letters naar woorden naar zinnen. Daarom is het niet allemaal gelijkmatig, want tussen elk sprongetje pauzeer je even om de woorden te kunnen opnemen. Sneller lezen kan door het aantal sprongetjes per regel te verminderen: in plaats van 1 of 2 woorden lees je blokjes van 4 à 5 woorden ineens.

Voorbeeld 1: langzaam met kleine sprongen
Leest u onderstaande zin langzaam en zorgvuldig en neem stukje per stukje in u op:
Snel le zen is voor een goed be g rip be t er ge ble ken dan lang zaam le zen
Het is moeilijk om op die manier te lezen, want onze hersenen zijn niet gemaakt om zo langzaam en stukje bij beetje tekst op te nemen. Gedachten kunnen bij deze zin ook afdwalen. Bij te langzaam lezen vervelen de hersenen zich en zoeken naar iets anders om zich mee bezig te houden.

Voorbeeld 2: snel met grote sprongen
Probeer het nu eens met volgende zin terwijl u de gegroepeerde woorden als één geheel probeert op te nemen:
Er is ontdekt dat de hersenen dankzij de ogen veel gemakkelijker informatie absorberen als die informatie gerangschikt is in zinvolle groepen.

2. Subvocalisatie verminderen
Een heel gebruikelijk en vertragende leesfactor is subvocalisatie: het geluidloos meespreken met de woorden die u leest. Subvocalisatie vertraagt de leessnelheid aangezien onze ´spreeksnelheid´ zijn beperkingen kent. Ogen echter kunnen wel hoge snelheden aan. Het uitbannen van subvocalisatie blijkt bijna onmogelijk. Verminderen ervan kan echter wel. Oefeningen maken u duidelijk hoe! Want u hebt het niet expliciet nodig
hebt om de tekst te begrijpen.

3. Niet herlezen
Veel mensen hebben de neiging om tijdens het lezen woorden of stukken van een zin opnieuw te lezen. Uit gewoonte of omdat het gevoel bestaat dat het niet goed begrepen is. Herlezen vertraagt de leessnelheid aanzienlijk. Wie sneller wilt lezen moet zichzelf dwingen om verder te lezen, ook al geeft dat, zeker in het begin, een onbehaaglijk gevoel. Gericht oefenen helpt dusdanig dat uit onderzoek is gebleken dat wanneer mensen gedwongen worden om door te lezen, hun ogen in 80 procent van de gevallen de informatie wel degelijk hebben opgenomen.

4. Centraal en perifeer blikveld
Een belangrijk inzicht voor wie sneller wil gaan lezen is dat u niet alleen leest met je ogen maar ook met je brein! Uw waarneming is namelijk breder dan u denkt en beslaat niet alleen een centraal blikveld met daarin de objecten waar u specifiek naar kijkt maar ook een perifeer blikveld. Het perifeer blikveld beslaat maar liefst 80 procent van onze lichtgevoelige fotoreceptoren die zich in ons oog bevinden. De resterende 20 procent is gewijd aan het centrale blikveld. Het perifeer blikveld neemt wel waar. Traditionele lezers gebruiken alleen de schamele 20 procent van het centraal blikveld. Snellezers doen daarnaast beroep op hun perifeer gezichtsveld: ze houden bijvoorbeeld hun tekst iets verder van zich af om een breder beeld te krijgen op de tekst. Op die manier zien de hersenen niet alleen de regels die u op dat moment aan het lezen bent, maar tegelijk hernemen ze wat u al gelezen hebt en verkennen ze wat nog moet komen. Deze ruime manier van lezen vermijdt ook dat u uw ogen te strak fixeert en te snel vermoeit.

Als u zich deze leesstrategiën eigen maakt zult u én sneller lezen én uw begrip zal toenemen, én u zult merken dat het lezen minder vermoeiend word. Bij de cursus effectief lezen leert u deze strategieën gebruiken.

Wnat vlgones een ozndreeok op een Eglnese uvnisereitit mkaat het neit uit in wlkee vloorgde de lteters in een
worod saatn, het egine wat blegnraijk is is de esetre en ltsaate ltteer op de jiutse patals saatn. De rset van de
ltteers mgoen wlliekeirug gpletaast wdoren en je knut vrelvogens gwoeon lzeen wat er satat. Dit kmot odmat
we neit ekle ltteer op zcih leezn maar het wrood als gheeel.